Stijging hypotheekrente zet niet door

De stijging van de hypotheekrente die begin oktober begon, lijkt niet door te zetten. De laatste drie weken loopt de hypotheekrente nauwelijks nog op. Sterker nog, het aantal renteverlagingen door geldverstrekkers neemt juist weer toe, waaronder recent ING, Aegon, MUNT en de Volksbank (onder meer SNS Bank). Daarmee lijkt het patroon dat bestaat sinds het einde van de krediet/eurocrisis – een continue daling van de rente afgewisseld door perioden van enkele weken met beperkte stijging – vooralsnog niet te worden doorbroken. Met een rentestand deze week van 1,48% blijft het laagterecord uit september (1,42%) daardoor in zicht.

hypotheekrente

De hypotheekrente loopt nauwelijks op.

Economen houden echter wel rekening met een wat hogere hypotheekrente in de toekomst, als de Europese Centrale Bank (ECB) en andere centrale banken hun stimuleringsprogramma’s gaan afbouwen en uiteindelijk stop zullen zetten. De hoogste inflatie sinds 2008 en de stijging van de marktrente leken er op te wijzen dat deze verwachte stijging van de hypotheekrente reeds in gang was gezet, maar na geruststellende woorden van ECB-president Lagarde begin november daalde de rente op de kapitaalmarkten weer. Hypotheekaanbieders spelen daar momenteel op in en scherpen hun rentetarieven aan.

Verschuiving geldverstrekkers

Hoewel de stijging van de hypotheekrente dus beperkt bleef, leidde die wel tot flinke verschuivingen in het marktaandeel van aanbieders. Omdat regiepartijen en grootbanken snel reageerden en soms forse verhogingen doorvoerden, profiteerden met name kleinere banken als Argenta, Lloyds, Triodos en NIBC en verzekeraars als NN, Allianz en Centraal Beheer van de toename van hypotheekaanvragen van de laatste weken. Zij verhoogden hun rentes pas in een later stadium, mogelijk deels om het aantal aanvragen wat in te dammen. Doordat een deel van de geldverstrekkers de rente al weer verlaagt, lijken de verhoudingen zich inmiddels te normaliseren. Funders die via regiepartijen in Nederlandse hypotheken beleggen, en vanwege het teruglopende rendement wellicht andere beleggingsopties overwogen, stappen toch weer in.

Lange renteperiode in de lift

Naast de verschuiving in aanbieders, vallen er sinds de renteverhogingen begonnen nog twee zaken op. Allereerst zijn relatief meer consumenten gaan kiezen voor 20 en 30 jaar vast. Dat is ten koste gegaan van 10 jaar vast, dat ooit veruit de meest populaire renteperiode was (bron HDN). Dat was in de tijd waarin de gemiddelde hypotheekrente schommelde tussen 4% en 6%. In het lopende vierde kwartaal is 10 jaar vast teruggevallen naar de derde plaats, achter de eerder genoemde 20 en 30 jaar vast.

Als tweede valt op dat het verschil tussen hypotheekrentes met en zonder Nationale Hypotheek Garantie (NHG) is opgelopen. Gemiddeld bedraagt het verschil nu 0,50%-punt. Dat grotere verschil is gebruikelijk na een periode van rentestijgingen, waarin aanbieders rentes zonder NHG vaak wat meer verhogen. Deze kennen vanwege het ontbreken van deze garantie een hoger risico voor geldverstrekkers. Mogelijk dat dit verschil zelfs nog wat verder oploopt richting 1 januari aanstaande, als de hogere NHG-grens (355.000 euro) van kracht wordt. Voor aanbieders die zich richten op het NHG-segment een goed moment om de concurrentie wat meer aan te gaan.

Wil je meer informatie? Maak dan een afspraak met Hypotheekshop Utrecht, Vleuten – De Meern